Constante factor

Het avondeten, tien jaar geleden en nu.

Tien jaar geleden reden we uit ons werk even langs de AH en bedachten ter plekke wat we wilden eten.
Nu liggen er maaltijden voor een hele week op voorraad in de gangkast en de koelkast, en weet ik iedere avond precies wat ik op tafel wil zetten.

Tien jaar geleden nestelden we ons met ons bord op de bank en keken we de serie die we op dat moment volgden, terwijl we ondertussen de dag doornamen.
Nu zitten we met vijf man aan een gedekte tafel, en is er tussen het gesnater van de kuikens nauwelijks tijd om elkaar een belangstellende vraag te stellen.

Tien jaar geleden was het eten dat we op onze borden schepten vaak exotisch, op zijn minst pittig, of anders flink heet.
Nu is het eten dat we serveren heel regelmatig Hollandse pot en van pittig gaan de kinderen huilen. Niet dat dit me altijd kan weerhouden om een pepertje te snijden, maar ik vind de maaltijd eerlijk gezegd gezelliger als de kinderen gewoon hun bord leegeten zonder dramatische toestanden.

Tien jaar geleden stapelden we alle vuile vaat gewoon op het aanrecht, en trokken we er voor we gingen eten een bord en een vork uit die we dan even fris spoelden onder kraan.
Nu ruimen we na het eten de hele keuken op, de vaat gaat aan de kant, alle oppervlakten worden keurig geboend, het gasstel van resten ontdaan en zelfs de eettafel krijgt een nat doekje over zijn kop.

Tien jaar geleden bleven we na het eten gewoon zitten op de bank, als  we de deur niet uit hoefden voor een filmpje hier of een vergadering daar.
Nu zijn we na het eten nog dik een uur bezig om alles aan kant te krijgen en de kinderen op bed te leggen, inclusief de nodige rituelen. En samen de deur uitgaan is een zeldzame aangelegenheid.

Soms kan ik me bijna niet voorstellen dat we ons zó hebben kunnen aanpassen, dat we ons patroon zo rigoureus hebben kunnen wijzigen. Het doet me hopen én vrezen voor de komende tien jaar. Over tien jaar zitten we aan tafel met een veertienjarige, een zestienjarige en een achttienjarige. Welke klachten krijgen we dan over wat er op tafel gezet wordt? Zou deze of gene een handje uitsteken bij het vullen van de vaatwasser? Zou er aan tafel überhaupt worden gepraat, of zijn het van die zwijgzame pubers die met een capuchon tot over hun wenkbrauwen over hun bord gebogen zitten, en minachtend snuiven als pa en moe proberen geïnteresseerd de dag door te nemen?

Ik zoek naar een houvast; is er dan niet één constante factor, één ding dat al die jaren gelijk is gebleven? En ja, ik hoef niet diep te graven. In al die jaren was er een duurzame liefde, een steeds weer terugkerend element. Soms een week uit beeld, soms zelfs twee, maar altijd dook hij weer op. Friet. Wat er ook veranderd is in tien jaar, als we onze tanden zetten in een knapperig goudgeel frietje, dan is het of de tijd heeft stilgestaan. Tien jaar geleden, twintig jaar geleden al even lekker als nu. En ik heb zomaar het idee dat óók sacherijnige pubers nog te verleiden zijn tot het afdoen van hun capuchon als de geur van verse patatten door de huiskamer trekt. En dat geeft dan toch reden tot hoop: het worden vast tien mooie jaren.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.