Idyllisch

Het was een zonnige herfstmiddag en we maakten een fietstochtje door het park. Mels zat bij mij voorop, en Lau en Mat fietsten naast ons. Het klinkt idyllisch, zo’n middagje tussen de vallende bladeren, maar het gaat helaas altijd met de nodige spanningen gepaard. Zo hebben we het opstapprobleem van Lau. Ze is op een of andere manier heel onzeker geworden bij het opstappen en moet haar trappers op een speciale manier hebben staan, haar benen aan de juiste kant hebben gepositioneerd en liefst ook nog een paar meter de ruimte hebben voor zich, voordat ze eindelijk op het zadel zit.
Mat heeft een ander probleem: hij wil persé voorop fietsen. Hij kijkt steeds angstvallig achterom of wij hem niet stiekem toch aan het inhalen zijn, en maakt daarbij de nodige schijnbewegingen naar links en naar rechts.
Dus. Ik schreeuw als een commandant tijdens die idyllische tochtjes.
“MAT!!! Dichter bij de stoep blijven, hier rijden AUTO’S!!”
“LAU, nú opstappen anders is het licht weer rood… KAK, nou, blijf nu maar staan, we wachten wel weer op groen.”
Uit de bosjes vlogen verschrikte vogels omhoog en de sporadische eekhoorntjes die we tegenkwamen verdwenen schielijk in de boomkruinen toen commandant D. langsfietste met haar soldaatjes. En lag het aan mij, of kwam er af en toe echt een herfstblaadje extra uit de bomen dwarrelen?

(c) Jeroen Kransen

Mat kan er ook wat van, hard praten. Waar ik mijn stemgeluid tijdens het fietsen functioneel inzet, sterker nog, waar ik werkelijk niet zónder een harde toeter kan als ik iedereen veilig weer thuis wil brengen, daar staat bij Mat 24/7 de volumeknop luid open. Niet functioneel en veel te hard. Maar ja, het bos is nou de enige plek waar je misschien niet elke minuut wilt zeggen dat het zachter moet. En dus liet ik hem vanmiddag maar een beetje gaan. Vrolijk snaterend fietste hij voor ons uit. Ook al praatte hij recht vooruit, we konden het makkelijk volgen.
In de buurt van de kinderboerderij werden we ingehaald door twee meisjes. Brugklassers, schatte ik in. Ze droegen allebei een hippe outfit, een paardenstaart en eentje had een klein radiootje aan haar stuur, waar vrolijke muziek uit kwam.
“MOOIE MEIDEN HE, MAM?” gilde Mat.
Ik glimlachte. “Zeker wel!”
“MISSCHIEN ZITTEN DIE OOK WEL BIJ ONS IN DE KERK!!”
“Dat zou kunnen” zei ik, hoewel ik wel wist dat het niet zo was, maar voor Mat lijken die tienermeiden allemaal op elkaar.
Ze fietsten een eindje voor ons en hielden toen halt bij de kinderboerderij. Terwijl ze daar hun fietsen op slot aan het zetten waren haalden wij hen weer in.
“OOOOOHHHH” riep Mat. “ZE GAAN GEWOON NAAR DE KINDERBOERDERIJ!!”

(c) Tim Strater

Een poosje later stuitten we tijdens het fietsen op een kuil met keien, met een modderig paadje ernaast. Bijna onbegaanbaar voor fietsers – blijkbaar hadden we ergens gemist dat we een voetpad opgegaan waren.
“Durven jullie hier langs, jongens?” vroeg ik bezorgd.
Ja hoor, dat was geen enkel probleem, ze durfden allebei. Mat dook al naar beneden, recht door de modderige plas onderin de kuil. Ook Lau begon moedig aan de survivaltocht. Maar halverwege stuiterde ze tegen een kei en sloeg haar stuur om. Hop, daar duikelde ze in de modder. Niks ergs, dat zag ik meteen, maar wel een woedende Lau die met een beschuldigende vinger naar me wees. “Mama, je ziet toch dat dit niet kan!”
Toen we eenmaal zwoegend en onder de modder de kuil uitkropen bleken we toch weer op een pad te zitten. In de verte schreeuwde een man naar ons.
“Stap maar op” moedigde ik Lau aan. Om de volgende vijf minuten met opeengeklemde kaken af te wachten tot ze eindelijk in het zadel zat.
We kwamen dichter bij de man. Zijn geschreeuw werd verstaanbaar.
“Dit is dus GEEN fietspad” riep hij.
Hij gooide nog een tak naar zijn loslopende hond, iets wat volgens mij ook helemaal niet mag in het park, maar ik was niet gevat genoeg om iets terug te zeggen

Intussen was Mels – die tot nu toe nog maar een onbeduidende rol in het verhaal speelde – de grip op zijn tekening aan het verliezen. Want ja, om nog even een derde probleem aan ons tochtje toe te voegen: hij had dus een tekening meegenomen op de fiets, een tekening van een T-Rex, door zijn creatieve vader neergepend, een kostbare schat die beslist niet thuis mocht blijven liggen. Eén windvlaag en… woesj, daar vloog de tekening door de lucht, recht voor de voeten van de schreeuwende man.
“Mijn T-Rex!!” brulde Mels.
“Ohh, zijn tekening!!” riepen Lau en Mat in koor.
We kwamen snel tot stilstand. Ik trok een moeilijk gezicht. “Ik ga hem niet pakken want dan moet ik weer terug naar die meneer” zei ik kinderachtig. Mat zette zijn fiets al op de standaard en trok een sprintje.
“Waarom wil je niet terug naar die meneer?” vroeg Lau.
“Omdat hij steeds tegen ons zegt dat dit geen fietspad is”.
Lau keek nog even afkeurend naar de moddervlekken op haar legging. “Ja mam, daar heeft die meneer dan wel een béétje gelijk in.”

“We gaan naar huis” kondigde ik aan, toen Mat weer terug was en Mels zijn tekening weer in zijn knuisten had geklemd, en Lau eindelijk weer op haar fiets zat.
“Ik ga expres heel langzaam voor Lautjes wielen fietsen” deelde Mat mee.
Je snapt, ook de rest van het fietstochtje verliep uitermate idyllisch.

  3 comments for “Idyllisch

  1. Alice
    6 okt ’14 at 8:01

    Hilarische start van de maandag. Voor ons dan he ;)

  2. Els
    6 okt ’14 at 17:42

    Het ziet er bij anderen indeaad altijd veel knusser uit dan ik het doorgaans ervaar, maar die illusie heb je nu ook weggenomen.
    En vergeet het zweet niet.

  3. astrid
    13 okt ’14 at 11:54

    wat een plezier. zo gaat het bij ons ook. zo grappig bij anderen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.