Drie ritjes naar de stad

“Wat ga je doen?” vroeg Ak, terwijl we ons met buggy en drie kinderen een weg baanden door het winkelende publiek in het centrum, op een drukke zaterdagmiddag. Het zonnetje stond strak aan de blauwe hemel, we droegen onze jassen open. Herfst op zijn allerbest.
Ik wist natuurlijk meteen waar hij op doelde. Ak wilde weten wat ik zou gaan doen in de Didi. Of ik nog op mijn strepen zou gaan staan, mijn gal zou spuwen, mijn gram zou halen, zoiets. “Ik laat het van het moment afhangen” zei ik wijs.

Een week geleden liep Ak hier ook, met een tas vol kleren voor Lauren onder zijn arm. Die had ik voor haar gekocht in een soort ‘het is tijd voor een wintergarderobe-actie’. Ik had de halve Didi leeggekocht. Nou kom ik daar normaalgesproken bijna nooit, maar dit keer zag ik ineens een heleboel dingen die me leuk leken voor Lau. Ik zocht een paar mooie setjes bij elkaar en liet aan de kassa weten dat ik nog wel terug zou komen waarschijnlijk. Omdat niet alles zou passen en omdat ik nogal een kieskeurig zesjarig thuis had zitten, die vast niet alles even mooi vond als ik. De dames van de Didi knikten begrijpend. Ze stopten me een spaarkaart toe waar ze voor het gemak al vier stempels op drukten, en wuifden me vriendelijk uit.

Eenmaal thuis bleek inderdaad dat Lau beslist niet te spreken was over een deel van de kleren. Een groen rokje? What was I thinking… En die leuke zijden tuniek in het helderblauw – excuse me, zien we daar KNOOPJES?? Aaaargh! Met de nodige onderdrukte frustratie propte ik de helft van de kleren terug in de tas. Bon erbij, klaar om zaterdag weer in te leveren.

Zaterdag, aan de kassa van de Didi, wilde de verkoopster de kleren niet terug nemen.
“Maar ik heb de bon toch?” protesteerde Ak.
Nee, het ging écht niet. Want die spaarkaart zat er niet bij. En alléén met spaarkaart mocht hij de kleren terugbrengen. Omdat mensen anders misbruik maken van het voordeel, dat begreep meneer zeker wel.
Ak begreep dat helemaal niet. Maar hij moest zich er bij neerleggen; die kleren gingen gewoon weer mee naar huis.

Die zaterdag klonk er menig onvertogen woord over de Didi bij ons thuis.

En een week later liepen we er weer. Voor de derde keer naar de stad voor dat ene stapeltje kleren.
Geen wonder dat Ak wilde weten wat ik zou gaan doen in de winkel.
Dezelfde verkoopster als de week ervoor stond achter de kassa. Zij zag ons komen, herkende Ak en wist meteen waar het over ging.
“Wij willen dit graag terug brengen” zei ik.
“En dat kan blijkbaar alleen als je een spaarkaart bij je hebt. Een spaarkaart waar ik niet eens om gevraagd heb. Die ik ook helemaal niet meer wil!”
Vol overtuiging legde ik de kaart op de toonbank. Met bon, met stapel kleren.
“Ik vind het ook heel vervelend mevrouw” legde de verkoopster uit.
“Maar ik ben nu eenmaal gebonden aan regels, die heb ik ook niet zelf bedacht. En ik zou om zoiets niet mijn baan kwijt willen raken.”
Het leek mij wel heel panisch van het management van Didi om iemand te ontslaan vanwege een bon zonder spaarkaart, maar ik besloot het over een andere boeg te gooien.
“Zijn er nu echt zoveel mensen die misbruik maken van dat voordeel van die spaarkaart?”
Ze haalde haar schouders op.
“Hoe willen jullie concurreren met online winkelen als je het zo moeilijk maakt om kleren terug te brengen?”
Ze staarde me glazig aan.
“Ik vind het ook heel vervelend. Ik heb die regels ook niet bedacht.”

Ik herken een grammofoonplaattechniek als ik er een tegen kom, dus ik haalde mijn schouders op. Liet de lege plastic tas op de toonbank liggen, vouwde het briefgeld dat ik terugkreeg in mijn portemonnee en vluchtte naar buiten. Naar het herfstzonnetje.
En volgend seizoen? Dan shopt Ak weer een garderobe voor Lau bij elkaar. Want dat is uiteindelijk voor alle gemoederen het beste.

  1 comment for “Drie ritjes naar de stad

  1. marlinde
    1 okt ’13 at 10:23

    Go Door! Goed gedaan hoor en inderdaad heel stom van die spaarkaart, pffff. Hier in Azië kunnen we gekochte kleren/ dingen zelfs twee maanden nadat we het gekocht hebben (want we komen maar eens in de twee maand in de stad) nog terug brengen en dat zonder bon. We hoeven er niet eens iets voor te zeggen. Ik denk dat ze stiekem een beetje bang voor ons zijn, die witte reuzen met hun lange neus, zou ik ook zijn als ik klein, lief en donker was ;)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.