To sport or not to sport

Afgelopen zomer bedachten we dat we Mathis misschien maar op een sport moesten doen. Hij bloeit op als hij kan rennen, springen, stoeien, duikelen of achter een bal aan kan hollen. Binnen is hij niet altijd te stuiten, maar buiten gaat hij los. We dachten: als we hem op een sport doen kan hij wat van die tomeloze energie kwijt.

Maar hoe bedenk je een sport voor een kind? Ik ben daar niet zo moeilijk in. Ik denk gewoon praktisch: wat is er in de buurt? Red ik het om daar na schooltijd naartoe te fietsen en weer terug? Ak benadert het vanuit een heel ander perspectief. “Als wij nu voor hem kiezen weten we niet waar hij écht goed in is of wat hij écht leuk vindt. Dan duwen we hem een bepaalde kant op. Doen we hem op voetbal en wil hij misschien wel veel liever op pingpong.”
Nou inderdaad, het zal maar gebeuren dat hij een pingpongkampioen in de dop is, die moet je natuurlijk niet achter een balletje aan laten hollen. Maar Ak, denk maar niet dat ik achter die oprechte zorg niet stiekem de hoop hoorde dat je zoon in jouw pingpongsporen zal treden.

We besloten het aan Mathis zelf voor te leggen.
Op een luie zaterdagochtend, we lagen nog in bed, trok ik hem bij me onder de dekens en vroeg:
“Zou jij wel op een sport willen?”
Hij vloog meteen overeind. “Jaaa!!”
“En wat voor sport zou je dan leuk vinden?”
“Eh… ik weet niet waar ik uit kan kiezen…”
Hij keek me aarzelend aan.
“Bijvoorbeeld voetbal” somde ik op. “Of judo”.
“Wat is judo?”
“Dan gaan twee jongens met elkaar op een mat liggen worstelen.”
“Oh. Wat is worstelen?”
Oké, dit spoor leidde nergens toe. Ik introduceerde een andere sport. “Of badminton”
“Wat is badminton?”
“Dat je met een racket..”
“Wat is een racket?”
“Eh… zo’n ding dat lijkt op een vliegenmepper. En daarmee sla je tegen een eh… shuttle”
Ik zag de vraagtekens in zijn ogen. En ik had op die luie zaterdagochtend zomaar een enorm hiaat in onze opvoeding ontdekt.

Alle dierennamen weet Mat feilloos op te noemen, van anaconda tot komodovaraan, van gnoe tot lederschildpad. Hij kent dinosaurussen en andere prehistorische dieren. Hij is afgelopen zomer in vier Europese landen geweest. Maar een simpel gesprekje over sporten kan hij niet volgen.
Ik voelde het gebrek. Diezelfde middag nog gingen we op zoek naar een boek over sporten.

Inmiddels zijn we een paar weken verder. Onze vierjarige energiebonk zit hele dagen op school en hij geniet met volle teugen. We vragen ons af of het sporten nog wel nodig is. Hij is nog zo klein. Hij heeft al genoeg aan zijn hoofd.
Op een feestje vroeg ik aan moeder van twee voetballende zoons: “Is vier jaar te jong om hem op voetbal te doen?”
Ze knikte beslist. “Te jong, zeker. Die van ons is nu vijf en afgelopen zaterdag voor het eerst naar training geweest. Huilen, huilen dat ie deed toen hij thuiskwam. Hij voelde zich verloren. In een groep van acht kinderen wordt er natuurlijk niet de hele tijd op je gelet.”
Aan de lunchtafel vroeg ik een collega met een hockeyende zoon: “Is vier jaar te jong om hem op hockey te doen?”
Die schudde beslist haar hoofd. “Dat kan al vanaf heel jong. In het begin is het vooral spelletjes doen met elkaar. Dat vinden ze leuk hoor, die jongens.”

Terwijl Ak ’s avonds misschien nog wel droomt van een partijtje tafeltennis met zijn zoon merk ik toch dat we voorzichtig het hoofdstuk ‘sporten’ voor ons uit aan het schuiven zijn. Eerst maar eens zwemles volgend jaar, en daarna zien we wel. Maar af en toen bekruipt de twijfel ons. Zijn we niet te makkelijk en mist Mathis door ons gebek aan besluitvaardigheid de boot?

Het hele proces heeft in ieder geval alvast één winstpunt opgeleverd. Het boek over sporten hebben we gevonden én bestudeerd. Mat kan je inmiddels feilloos vertellen wat een discus is en hoe je een hockeystick moet vasthouden. Sporten zonder zweten noemen we dat, en daarmee lijkt het alsof Mat voorlopig meer in míjn voetsporen zal treden.

Iemand nog een tip of advies over sporten voor vierjarige jongetjes?

  4 comments for “To sport or not to sport

  1. Liesbeth
    23 sep ’13 at 13:45

    Ik denk (maar ja, je weet mijn liefde voor sport ;)) bij sporten op 4- of 5-jarige leeftijd niet zozeer ‘lekker je energie kwijt’ maar ‘wéér iets wat ‘moet’, wat energie kost’. Maar dat zal voor elk kind natuurlijk verschillend zijn.

  2. Hanneke
    23 sep ’13 at 18:07

    Via school kan je toch allerlei sporten uitproberen? Dan kan je geloof ik 4 keer redelijk vrijblijvend een sport uitproberen. Misschien vindt hij turnen wel hartstikke leuk :-) :-)

  3. Linda
    23 sep ’13 at 20:11

    Hihi ik ken die dieren niet eens, maar goed…sporten…ach bij die kleintjes is het idd vooral spelletjes. A zat vanaf haar 3e op gym, zij vond het geweldig en ik vond het een gevlieg nadat D kwam ;) Ze mag maar 1 sport van ons, ze wil ook graag op ballet, hockey, volleybal en…maar goed die keuze stellen wij uit tot na haar zwemles, want dan mag ze pas wat nieuws/anders kiezen. En bij de meeste sporten, mag je drie keer proberen ….geniet van de boekjes;)

  4. Anneriet
    24 sep ’13 at 22:26

    Als je op jmouders.nl zoekt op ‘welke sport’ vind je allerlei artikelen over hoe je een sport kiest. In T doen ze vaak een jaar een sportklas waar je van alles kan proberen (gesubsidieerd door de gemeente). Laatst werd mij rugby aangeraden, nou dat lijkt me nou net iets te… (enne, zaterdagochtend lui in je bed blijven liggen is dan ws. wel afgelopen he?)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.