Gekweld

Een weekje hebben we mogen proeven aan de lente, lang genoeg om al onze zinnen te prikkelen en het voorjaarsgevoel door onze aderen te jagen. Maar zo snel als hij begonnen is, is hij ook weer verdwenen. Vanmorgen staarde ik door het keukenraam naar wild dwarrelende sneeuwvlokken en ik moest me erbij neerleggen: het is nog steeds winter.
Ook Mathis kon er maar moeilijk aan wennen. ‘Mag ik naar buiten? Mag ik naar buiten?’ bleef hij maar vragen. Zijn belangrijkste drijfveer was wel het mysterieuze croquetspel, dat onze schoonzus dit weekend bij ons had achtergelaten. Ze had er heel verstandig bij gezegd dat het een spel voor alléén buiten was.
Ik weifelde, maar buiten spelen moet toch gestimuleerd worden dus ik trok hem een maillot aan onder zijn broek, en een dik vest onder zijn winterjas, en zijn muts ging op, zijn handschoenen aan. Hij stapte vol vertrouwen de kou in. Ik zag hem vanachter mijn warme plekje bij het raam met een plastic schepje slaan op het bevroren water in zijn zand- en waterbak. Hij liep wat heen en weer met de houten items van het croquetspel en stond na drie minuten weer bij de achterdeur. Grote, angstige ogen: “Mijn oren doen zo’n pijn! Ik wil naar binnen!” Als twee rode lappen stonden ze naast zijn hoofd te wapperen, zijn koude windvangers.

En dan de meneer van de bloemenwinkel, waar we later op de ochtend waren. Die stond ook al zo somber naar zijn tulpjes te staren. ‘Ik heb alles maar binnen gezet’ zei hij. Het was proppen in het winkeltje, helemaal toen Mathis met zijn loopfiets steeds opnieuw het flauwe hellinkje in het looppad wilde beklimmen, en als een schansspringer er weer af, maar oh help, liever niet in die volle, volle bloemenwinkel Mat, Mat! Mááááát!!!!!!
Die rode flappen leken in ieder geval niet meer te werken na dat halve minuutje buiten spelen in de kou.
‘Ik snap het wel’ zei de bloemenverkoper, met hangende schouders. Hij deed me steeds meer aan Iejoor denken. ‘Dat is ook leuk om te doen. Maar liever niet hier in de winkel’
‘Mááááát!!!!’ riep ik weer.
De voorjaarsbolletjes met narcissen en hyacinten kreeg ik voor een euro mee. Het was alsof hij er al niet meer in geloofde dat de lente nog zou komen. Ik liep weg met het gevoel dat hij me voor een paar tientjes zijn hele zaak van de hand had gedaan, mocht ik daar enigszins in geïnteresseerd zijn geweest.

En ’s middags belandde dat croquetspel met twee enorme houten hamers ineens in huis. Je denkt: vooruit, speel het dan maar even samen in de gang, en voor je het weet hebben twee knullen elk een hamer formaat moker in hun handen. Pure moordwapens. Als de doos van zo’n spel dan eenmaal open is geweest krijg je hem niet meer dicht. Hoe hard je die hamers er ook induwt, ze schieten net zo hard weer terug de kamer in. Mat, die ijsbeerde er omheen als een tijger in een kooi, loerend op het wapen, loerend op zijn broer en zus.

Dus zo slijt ik mijn dagen, in gezelschap van een gekweld roofdier.
Help!
De zon moet écht weer gaan schijnen.

  1 comment for “Gekweld

  1. Linda
    12 mrt ’13 at 8:25

    Een blog naar mijn hart… mijn tijger en zelfs mijn prinses willen niets anders dan buiten spelen. A verzuchtte gister: ‘ow nee, niet weer al die kleren aan’.
    Succes met je tijger!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.