Ribbenkastje

Eerst was Mels ziek en toen Lau. Ze lagen met gloeiende wangetjes en koortsige oogjes onder warme dekentjes op de bank. Mathis bekeek het allemaal met argusogen. Af en toe probeerde hij een ‘ik ben ook ziek’. En dan knikte ik vaag, maar werkelijk, als je écht een ziek kind hebt is er weinig tijd om toe te geven aan de grillen van een niet-ziek kind.
Maar vannacht, om een uurtje of vijf, hoorde we gehuil en gekreun uit de kamer van Mathis en Lauren. ‘Ik heb buikpijn’ klonk het. En: ‘Ik heb hoofdpijn’.
Ik sleepte me uit bed en keek bij Mathis om de hoek.
‘Mama, ik ben ziek.’
Ik legde een hand op zijn voorhoofd. Inderdaad, gloeiend warm.
‘Dan moet je even weer gaan slapen’ drong ik aan. Ook uit eigenbelang. ‘Dan gaat het straks beter’.
‘Nee, ik moet bij jullie in bed’ klonk het zielig. Ik was meteen om. Tilde het warme ventje uit zijn bed en deponeerde hem naast een ronkende Ak.
Het was een tijdje stil. Toen hoorde ik weer zijn stemmetje. Verrast. Opgetogen.
‘Mam. Ik ben zíek. Ik ben ziek!’
Meteen volgde een opsomming van de pijn in al zijn ledematen.
‘Ik heb pijn in mijn buik. En in mijn hoofd. In mijn keel. In mijn darmen. En…’ Voor een dramatisch effect keek hij me diep in mijn ogen. ‘..in mijn hart!’
Een greep naar zijn borst. ‘Hier zit toch je hart?’
Ik legde zijn hand op de plek van zijn hart.
‘Hier. En daaromheen zit je ribbenkast’.
‘Oja. Ik heb pijn in mijn hart in mijn borst in mijn ribbenkastje.’
Ik knikte en deed mijn ogen weer dicht. Maar nee, dat was niet de bedoeling. Met een harde snok trok Mat mijn hoofd weer bij bewustzijn. ‘NIET slapen! Ik ben ziek!’
‘Hier ligt er één hyperactief koorts te hebben’ mompelde ik tegen Ak, die tactisch met zijn rug naar mijn deel van het bed was gaan liggen. Met een slaperige kreun betoonde hij zijn medeleven.

Een paar uur later zaten we aan een ontbijt van verse pannenkoeken. Mathis voerde het hoogste woord. ‘Ik heb nog steeds pijn in mijn borst in mijn ribbenkastje’ riep hij, terwijl hij een pannenkoek met spek en stroop verorberde.
Lauren keek argwanend. ‘En waarom eet je dan zoveel? Als je ziek bent eet je toch niet?’
Mat legde alweer een tweede pannenkoek op zijn bord.
‘Met poedersuiker!’ commandeerde hij.
Ik voelde even aan zijn voorhoofd; alles weer normaal.
‘Maar ik ben nog steeds ziek’ zei Mat verlangend.
En ik knikte. ‘Jij bent nog steeds ziek hoor. Vandaag moet je maar een beetje extra verwend.’
‘Ja’ vond Mat stralend. ‘Ik lust nog wel een pannenkoek.’

  3 comments for “Ribbenkastje

  1. Jolien
    23 feb ’13 at 13:24

    Ge-wel-dig!
    (boefje)

  2. Lilian
    25 feb ’13 at 15:52

    Haha heerlijk!

  3. marlinde
    27 feb ’13 at 8:27

    Men, moest zo hard lachen om Mathis! Tis ook zo’n schatje op die foto, heel mooi jochie!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.