The circle of life

Voor mijn werk moest ik me verdiepen in schaken, en waarom dat op alle fronten zo’n geweldige sport is voor kinderen. Ik ontdekte daarbij dat tijdens het WK Schaken in 1863 alle partijen in gelijkspel eindigden. Of in remise, om in vakjargon te spreken. Alle spelers wisten precies wat de ideale zetten waren en zo konden ze elkaar niet langer verslaan. Het spel was uitgespeeld.

Maar zo erg kan het nooit geweest zijn, anders was het niet nog steeds een veel beoefende sport. Ik had een broer die schaakte. Hij kon het goed, heel goed zelfs. Hij werd kampioen van dit en van dat. Nam altijd trofeeën mee naar huis. En mijn ouders zeiden dan dat hij aan sport deed. Het was natuurlijk wél een sport om van en naar de locaties te komen waar de toernooien werden gespeeld, soms in verafgelegen gymzalen, soms in onvindbare wijkcentra.

Iets van zijn glorie straalde op mij af. Op onze basisschool werd ook fanatiek geschaakt. We deden regelmatig mee aan toernooien, bijvoorbeeld in een sportzaal waar op zaterdag gepingpongd werd en die voor de gelegenheid werd omgebouwd tot serieus schaaklokaal. De beste spelers van de klas kregen de eer om achter het schaakbord te gaan zitten. Ik kan me niet meer goed herinneren hoe het precies zat, maar ik geloof dat er vier borden naast elkaar stonden en de beste mocht aan bord één spelen. Een felbegeerde plaats. En omdat ik een broer had die goed kon schaken mocht ik tijdens een toernooi precies aan dát bord zitten. Maar. Ik had daar niet om gevraagd. Ik had het niet eens felbegeerd. Want ik kon helemaal niet goed schaken. Ik wist nog net de spelregels, maar je kon mij in vijf zetten onderuit spelen.

Het toernooi werd een lachtertje voor mijn team en voor mij een persoonlijke vernedering. Het gevoel dat ik die middag had – het gevoel je aan hooggespannen verwachtingen moet voldoen, die nergens anders op gebaseerd zijn dan op het feit dat je een familielid hebt die ergens goed in is, en dat gecombineerd met de wetenschap dat je niet anders kunt doen dan falen – was genoeg om mij als tienjarige te doen besluiten nooit meer een schaakstuk aan te raken.

Toen was ik tien en ik was niet goed in schaken. Maar de wereld lag nog voor me open; misschien zou ik een zangtalent blijken of een rekenwonder. Misschien zou ik trouwen met de kroonprins. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer mogelijkheden je van je lijstje moet strepen. Totdat je oud bent, en in het verzorgingstehuis zit, en je buurman sloft voorbij in zijn kamerjas met een schaakbord onder zijn arm. ‘Potje?’

En dan ben je weer terug bij af.

  1 comment for “The circle of life

  1. marlinde
    16 nov ’12 at 3:36

    Hi,hi, zo knap geschreven weer! Ik kan me zelfs nog herinneren dat Jos goed was in schaken, terwijl ik toch pas op studenten leeftijd bekend werd met fam Ham. Grappig dat je je voor je werk moest verdiepen in schaken, er zijn ergere dingen… :)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.