Op het nippertje

‘Ooooohhh’ zegt Ak, terwijl hij het verkneuterde papiertje bekijkt dat hij zojuist uit Laurens tas heeft opgediept.
‘Ze hoeft pas om half tien op school te zijn!’.
Lauren danst om hem heen. ‘Hoe laat is half tien? Hoe laat is half tien?’. Want het is schoolreisje vandaag, en op alle andere dagen wil ze best om half tien naar school, maar juist vandaag zou ze liever om half acht al bij de poort staan.
‘Dat is zo lang als vier afleveringen van Moffel en Pier. Je kunt dus rustig gaan zitten om je boterham op te eten.’

Om kwart over negen verzamel ik kindertjes. Het regent pijpestelen. Ik zoek naar creatieve oplossingen voor ons gebrek aan paraplu’s. Alleen Lauren heeft een pluutje, van Winnie de Poe. De rest van het gezelschap mag onder een ‘tent’ van een oude regenjas van Ak. Terwijl ik Lauren en Mels inpak loopt Mathis dreigend rond met de paraplu, mept een paar keer op Lau’s achterwerk en op mijn hoofd, tot ik er genoeg van krijg en hem onderwerp aan de bekende pedagogische handeling: op de groene badmat. Perfecte timing, zo tien minuten voordat Lau op school moet zijn. Ik wíl volhouden dat hij op de mat moet staan, maar ben dit keer soepel als het gaat om de vraag welk percentage van zijn lichaam zich in de groene zone moet bevinden; vandaag is een fractie van een teen op de mat voldoende. En als we daarmee klaar zijn trek ik als de wind zijn jas aan.

Met grote passen lopen we door de regen naar school. Ik zie overal ouders en kindertjes, in de verte toetert een bus en rijdt er eentje langzaam weg.
‘Oh Lau, we zijn laat geloof ik, kom, we moeten doorlopen’. Ik hol bijna, en Lauren hobbelt mee, haar blik gespannen. We komen langs de ingang van de school, waar de klas van meester Ricardo net naar buiten komt, en even verderop loopt de klas van juf Merel, en dan langs het raam van Laurens klas. Het lokaal is leeg. Ik kijk om me heen. Nergens een klasgenootje te bekennen. We hollen door naar de hoek van de straat. Ik manoeuvreer de kinderwagen tussen alle benen door en moet dan halt houden: een lange stoet kindertjes komt voorbij.
‘Oh Lau, als we maar niet té laat zijn’ zeg ik, en ik grijp haar hand. Ze heeft een vastberaden blik, zo één als Lauren er kan hebben, ze moet en ze zal. Dan zie ik een moeder van een klasgenootje.
‘Waar zijn ze?’ breng ik hijgend uit.
‘Ze stappen net de bus in’. Ze knikt in de richting van de bus, en ja hoor, ik zie net het laatste kind via het trapje naar binnen verdwijnen. De juf draait zich al half om als ze plots Laurens koppie tussen de menigte ziet. Een glimlach breekt door. ‘Lau, je bent er tóch!’. Ze spreidt haar armen wijd open en Lauren vliegt erin. Nog net op tijd. Ik kan geen gedag meer zeggen. Ik probeer me nog te verontschuldigen bij de juf, maar het geeft allemaal niet meer, ze is er nu toch.

En dan loop ik naar de overkant van de straat, waar ik uitzicht heb op Lauren in de bus. Een witte krullenbos steekt net over de rand. Er gaat een handje omhoog. De bus toetert en rijdt langzaam weg. Mathis hervat zijn favoriete spelletje pluutjemeppen, en ik hoor van de andere moeders dat de kinderen gewoon om half negen op school hadden moeten zijn. Om half tien kon je ze komen uitzwaaien. Aha. Ik had de boodschap niet helemaal goed begrepen dus. Opluchting overheerst: ik ben er op het nippertje aan ontkomen om als een dolle achter de bus aan te rijden om mijn te late kind alsnog naar de binnenspeeltuin te brengen.

Op de terugweg kan Mathis naar hartelust pluutjemeppen. Thuis hebben we immers weer alle tijd om met de badmat te oefenen.

  1 comment for “Op het nippertje

  1. Ronney
    8 jun ’12 at 7:23

    hahaha, ik heb wel eens iemand horen zeggen: “Of je bent schrijver, of je bent lezer.” Misschien moeten we jou maar in de groep schrijvers indelen ;)

Laat een reactie achter op Ronney Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.