De koning

O, de terrible two’s. We moeten echt alle zeilen bijzetten om het een beetje gezellig te houden in huis. Klein Mathisje roept al ‘nee’ als hij uit bed stapt, en dat wordt in de loop van de dag niet veel beter. Het is zijn standaard antwoord. Soms, als ik iets vraag waar hij bij nader inzien toch ja op wil zeggen (‘wil je een snoepje?’), buigt hij zijn nee tijdens het uitspreken om naar een ‘ja’. Dat klinkt als ‘neuwa’. Dus dat zijn de twee opties als ik hem iets vraag, ‘nee’ of ‘neuwa’.

Ik heb wel eens gehoord dat callcenter medewerkers de eerste ‘nee’ negeren. De eerste ‘nee’ is geen ‘nee’. Dat is ook mijn uitgangspunt in de omgang met Dwarsje Dees. Ik ben bovendien best bereid om de strijd op een aantal fronten te staken. Maar we kunnen er natuurlijk niet zomaar mee ophouden om Mathis op het potje te zetten, alleen omdat hij altijd nee zegt. Dus trekken we allerlei methoden uit de kast. We zijn vossen die in het kippenhok de kippen op hun kop gaan plassen (ik vind dat Ak hier altijd iets te enthousiast aan mee doet). We gaan visjes vangen in de wc-pot. En vanmorgen ving ik het volgende gesprekje op:
‘Mat, je moet even gaan plassen’
‘Nee’
‘Jawel’
‘Nee hoor’
‘Mat, er zitten hier piraten’
‘Oh, ik kom wel even kijken!’

Er is een truc die ik dacht nooit toe te zullen passen en die ik bijna dagelijks gebruik. Dat is de ‘nou, dan blijft Mathis maar alleen thuis’. Mijn ideaal was altijd om geen waarschuwingen te uiten die je niet waar kunt maken. Maar goed, die is net als zoveel opvoedingsidealen al heel vlot gesneuveld in de praktijk. Want of het nu fout is of niet, als ik op de gang sta met een jas in de ene en een paar schoenen in de andere hand, en al dertien keer gezegd hebt dat hij nú moet komen, en de wijzers van de klok heel rap richting twaalf uur zie kruipen – hét moment waarop ik op het schoolplein moet staan om Lauren op te halen – dan grijp ik werkelijk alles aan om hem de deur uit te krijgen. Ook loze dreigementen. In mijn roze dromen zie ik mezelf vrolijk stoeiend op de gang, en al grappend en grollend tussen de bedrijven door een jasje en een paar schoentjes aantrekken bij een ondeugend kaboutertje. In werkelijkheid ren ik met hoogrode konen achter hem aan. Sta ik manisch te wrikken aan een eigenwijs neergeplante voet die echt niet op commando in een schoen wil schuiven. Verlies ik mijn evenwicht als ik gehurkt bij zijn voeten zit en hij me lachend een duwtje geeft. Ondeugend kaboutertje? Ik zie een monster, harig, met rode oogjes en scherpe tandjes.

Mijn stiekeme hoop is dat de voorraad ‘nee’s’ op een dag gewoon op is. Dat is dan ook precies de reden waarom ik te pas en te onpas naast hem ga zitten om het boekje ‘Ik ben de koning‘ aan hem voor te lezen. De dieren in het boek zetten een voor een een kroon op en beweren dat zij de koning zijn. ‘Nee!’ gilt Mathis dan, want die weet allang dat de leeuw de enige echte koning van de dieren is. ‘Nee, jij niet koning!’ roept hij naar de flamingo. ‘Maar jij wel’ fluister ik in zijn haar, en als ik mijn ogen een beetje dichtknijp ziet dat harige monstertje er ineens veel schattiger uit.

  2 comments for “De koning

  1. Jacodien
    19 mrt ’12 at 22:23

    Erger dan nee vind ik nog ‘no’. En daar is Boaz op overgestapt. Aaargh! Eeuwig refrein en als hij dan ’s avonds eindelijk op bed ligt dan blijft het nog tot diep in de nacht in m’n hoofd doorzingen, als een soort van mantra…
    Ik las eens van een vrouw die haar kind half naakt in de auto had gezet. Tja, als je dan niet wilt aankleden, dan niet. En dat kind was toen opeens erg snel aangekleed. Dus misschien is dat nog een optie als straks dreigementen ook niet meer werken…

  2. Dorieke
    20 mrt ’12 at 20:27

    Oh ik kan me helemaal voorstellen dat ‘no’ nóg erger is, nog eigenwijzer :-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.