Als ik met Mathis ‘ikke zelluf’ op pad ga sta ik doodsangsten uit. Een ritje naar de stad met bus en metro wordt een achtbaan van emoties; angst, paniek, woede, opluchting – het wisselt elkaar in rap tempo af. Alleen al het wachten bij de bushalte is een ervaring op zich, want Mat heeft zich aangewend om over stoeprandjes te lopen en hem bij de arm of hand grijpen kan ertoe leiden dat hij zich losrukt en de verkeerde kant op tuimelt. Er zijn soms mensen die het met lede ogen aanzien en zelfs ingrijpen, hem voorzichtig van de stoeprand afduwen en naar mij kijken met een blik van ‘voed dat kind eens op’. Maar leer mij Mathis kennen, hem van stoeprandjes wegduwen heeft een averechts effect. Neemt niet weg dat ik ook met samengeknepen billen naar zijn acties kijk, alle spieren aangespannen, klaar om op te springen als hij ook maar een decimeter opzij schuift.
Hij wil zelf de bus inklimmen – heel ontspannen als er vijftien mensen achter je staan te wachten om ook naar binnen te mogen, en de buschauffeur demonstratief op zijn horloge kijkt. Nog erger: de bus weer uit, want dat moet hij ook zelf, en daarvoor moet hij eerst op zijn buik gaan liggen en dan zijn voeten voorzichtig over de rand schuiven, en tegen de tijd dat hij zover is klappen de deuren alweer dicht en kan ik hem alleen nog maar hysterisch aan zijn muts naar buiten trekken, die er daarna rafelig bijhangt.
Zelluf op de roltrap en dan voortdurend argwanend naar achter kijkend, bijna het evenwicht verliezend, uit angst dat ik hem bij zijn muts of mouw vasthoud. Geen ongegronde argwaan uiteraard. Dat ik me strategisch vlak achter zijn kleine beentjes opstel wordt ook al niet gewaardeerd, en hoe meer ik hem wil beschermen, hoe harder hij rukt om los te komen.
Maar Ak lijkt een soort telepathisch contact met dit kleine ventje te hebben. Hij weet hem met voor mij ondoorgrondelijke argumenten over te halen om een handje te geven bij het oversteken of zich op te laten tillen om de bus uit te komen. Laatst kwam Mathis het huis in rennen, smekend om een banaan, omdat papa had gezegd dat hij (naar het voorbeeld van de kleine krokodil) helemaal alleen zou mogen oversteken als hij groot zou zijn, en om groot te worden moest hij maar veel banaantjes eten. ‘Hij is gewoon echt een jongen’ zegt Ak. ‘Het draait bij hem allemaal om sterk zijn, zelf doen, en vooral geen gezichtsverlies lijden. Dus dan zeg je bijvoorbeeld bij het uitstappen: ‘Wil je zelf uitstappen? Goed zo! Geef mij maar een handje’. Of bij de roltrap zeg je: ‘Je moet mij een hand geven, maar je mag helemaal alleen opstappen’. Mathis zet de woorden van Ak kracht bij door een komkommer van het aanrecht te tillen, te doen alsof hij hem bijna niet dragen kan en kreunend uit te brengen: ‘Sterk! Ikke sterk!’
Kan iemand mij misschien een woordenboekje jongenstaal cadeau doen? Want ik heb nog zo’n alien groot te brengen en ik sluit niet uit dat er op een dag echt eentje tussen de deuren van de metro blijft steken.

mag ik m dan van je lenen want ik ben met de 2e alien bezig en deze is weer anders dan de 1e….komt meer in de buurt van jouw 1e hahaahhaahaha
Sterkte en genietze!
Mooie foto van Mat!! Geef hem nog maar niet te veel banaantjes, wij willen niet dat ie te snel groot wordt ;)
Errrmmmmm..ik weet niet hoor maar wat jij omschrijft als typisch ‘jongensgedrag’ dat herken ik dus precies bij ons lieve meisje. Alles ‘zelluf doen….nooit mijn hand vasthouden als we ergens heen lopen en de hele dag roepen; ‘ik ben heeeel groot en heel stelluk!’
Dus misschien is het ipv genderspecifiek wel kindspecifiek gedrag en heb je mazzel met nr. 3! ;) (of mijn dochter is een tomboy..)
Slimme Ak… die snapt het!
PS: druk deze foto nou eens af voor opa en oma, want die hebben nog steeds slechts een babyfoto van hem!
Het is een prachtige foto! (Ak, met je nieuwe lens???)