Vijf keer wakker

‘Nou heb ik best lang geslapen vannacht en ik voel me nog steeds een zombie’. Ak staat verongelijkt zijn wallen te inspecteren voor de spiegel in de badkamer. Lang geslapen – daarmee bedoelt hij dat hij eens een keer vóór twaalf uur het licht heeft uitgedaan.
‘Misschien heb je er toch wel last van gehad dat ik er steeds uit moest vannacht’. Ik voel me maar een ietsiepietsie schuldig. Tenslotte draag ik ook al zeven maanden dit extra gewicht me mee; die paar gebroken nachtjes moet hij er maar bij nemen.

Ik denk terug aan afgelopen nacht. Vijf keer moest ik eruit om te plassen.

En alle vijf keren dat ik opstond dacht ik aan het meisje Jennefer, dat een paar straten verderop dood gevonden werd in een huis. Vermoord, vermoedelijk door de ex van haar zus. Ik vind het niet kloppen dat ik het me erger aantrek dan wanneer ze verder weg had gewoond, maar het is nu eenmaal zo: ik kan haar niet uit mijn hoofd zetten. Tien jaar nog maar, en dan zo aan je einde komen. ’s Nachts spoken de gedachten door mijn hoofd. Aan haar ouders, haar klasgenootjes, haar oudste zus. Ik hoor de stem van onze buurjongen – een stem die ik uit duizenden herken – nog op de radio: ‘Ja, ik herken hem wel ja. Hij kwam wel eens een jointje halen bij de coffeeshop bij ons op de hoek, en dan liep hij een eindje de straat in om hem op te roken.’ Ik kan er met mijn hoofd niet bij: wat bezielt je om een kind van tien het leven te ontnemen? En dat je er dan meteen alles aan doet om niet ontdekt te worden: de politie komt aan de deur terwijl het lichaam nog in je huis ligt en je hebt je verhaal al klaar.

Een kind van tien, dat door de straten in onze buurt fietste. Op weg naar haar vader misschien, die in de straat achter ons woont. Een kind dat zich veilig waande, een kind dat veilig zou moeten zijn.

Midden in de nacht kroop Lauren ineens tussen ons in. ‘Mama, ik wou uit bed komen want ik kon niet meer slapen.’
‘Hoe komt dat?’ fluisterde ik.
‘Ik moest steeds maar denken aan rare dingen, aan monsters enzo’.
We waren allebei stil. Ik drukte mijn hoofd in haar krullen.
‘Ik ook’ dacht ik. Maar ik zei: ‘Weet je wat het goede nieuws is? Monsters bestaan niet echt. Die worden maar verzonnen om verhaaltjes spannender te maken.’

En voor we weer in slaap vielen deden we allebei hard ons best om dat te geloven. Lauren stak al snel tevreden haar duim in haar mond. Het ging haar duidelijker een stuk makkelijker af dan mij.

  1 comment for “Vijf keer wakker

  1. Rianne
    12 okt ’11 at 14:52

    Kan me voorstellen dat het nog meer impact maakt als het zich allemaal zo dichtbij af heeft gespeeld. Sterkte.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.