Speed of light

Een bordje pap maak je van 120 milliliter water, vier schepjes melkpoeder en zes schepjes brinta. Je zet het vervolgens 20 seconden in de magnetron. Precies genoeg tijd om van de keuken naar je kindje te lopen, een slab om te binden en weer terug te lopen. Als de magnetron begint te piepen sta je weer voor het deurtje.

‘Wat een ambitie’ verzucht ik bij mezelf terwijl ik de 20-seconden-routine doorloop. ‘Ak!’ roep ik naar de badkamer. ‘Hoe lang doet een hardloper over 60 meter?’
‘Iets van 6 seconden ofzo?’ roept hij terug.
‘En over 100 meter?’
‘9 seconden misschien?’

Ja daar sta je dan toch even bij stil, dat een hardloper in 20 seconden misschien wel 200 meter aflegt of meer. Dat is nog eens wat anders dan die anderhalve stap van keuken naar kinderstoel en weer terug. Terwijl ik lepels vol pap in Laurens mondje werk dwalen mijn gedachten af naar mijn studententijd, toen ik werkte voor een organisatie voor verkeersonderzoek. Ik zat op een dag met mijn meetcomputertje naast een buschauffeur die een fanatiek jogger bleek te zijn. Zo fanatiek, dat hij op een zekere dag vleugels leek te hebben en maar rende en rende, kilometer na kilometer. Mensen begonnen hem vreemd aan te kijken maar daar trok hij zich niets van aan. Thuis bleek dat er twee gaten in de voorkant van zijn T-shirt zaten. Slijtage door zijn tepels.

De pap naar binnen schuiven wordt intussen steeds lastiger. En dan te bedenken dat ik ook 200 meter verderop had kunnen staan voor de ingang van het bakkertje als ik mijn 20 seconden beter had gebruikt.
‘Is het je wel opgevallen hoe snel Lauren een lepel gemorste pap aan haar handen en in het haar weet te smeren?’ merk ik op.
‘O ja’ beaamt Axel. ‘Met de speed of light!’

Post navigation

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.