De wind woei krachtig over het meer. We hesen de zeilen en gingen van start.
Ak ving de wind in de zeilen en stuurde ons vlot over de golven. We straalden naar elkaar: yes, we kunnen het! Bij het eerste bochtje verloren we wind. De boot raakte een beetje van koers. A. keek op de dieptemeter.
‘Hé, het is hier 756 meter diep’ zei ze. Ik schudde mijn hoofd.
‘Dat kan niet. Hij staat niet goed denk ik.’
Ze drukte op wat knopjes en haalde toen scherp adem. ‘Het is hier 0,10 meter diep!’
‘Oh, dat is niet goed’ zei Ak geschrokken. Snel bogen we ons over de kaart.
E. verdween heel stilletjes in de kajuit.
We stuurden de boot de vaargeul door en bespraken de volgende manoeuvre: overstag gaan in de brede bocht. Overstag gaan is je schip een draai geven van 45 graden, waarbij je de zeilen de andere kant op moet zetten. Het is ook de manoeuvre waarbij je moet roepen ‘Klaar om te wenden? Ree!’, maar zoals uit de rest van dit verhaal blijkt, waren we er nog niet helemaal over uit wie nou wat moet roepen en wat het eigenlijk precies betekent. En hoe het precies gegaan is weet ik niet, maar op een zeker moment hing ik half overboord om het voorzeil aan te halen, terwijl hij steeds aan de andere kant wind ving, en we tolden wat en draaiden wat, en toen lagen we ineens verdacht stil.
‘Wat gebeurt er al je vast komt te zitten?’ Had ik aan onze instructeur gevraagd.
‘Dan moet je alarm slaan via de marifoon’ vertelde hij.
‘Krijg je dan een boete?’
‘Dat niet, maar het is wel een hele operatie. Allerlei mannen worden bij moeders voor de open haard weggerukt om het meer op te gaan. Ze zijn dan niet blij met je.’
Dit gesprekje schoot door mijn hoofd toen ik zei: ‘We moeten wel oppassen dat we niet buiten de boeilijn komen’.
‘Dat zijn we al’ zei Ak mismoedig.
‘We moeten niet vast komen te zitten’
‘Dat zitten we al’
We keken elkaar een poosje aan. Er zakte een heel zwaar dingetje door mijn keel naar mijn maag. E. zat allang weer in de kajuit. Er ging een schietgebedje op. En ineens, jawel, begon de boot weer te dobberen. De wind kreeg weer vat op de zeilen, Ak pakte kordaat het roer in handen en daar gingen we, voorwaarts mars, volle kracht vooruit.
‘Ik ben misselijk!’ riep E.
‘Kom dan uit die kajuit!’ riepen wij. Hij stak zijn hoofd boven het luik en richtte zijn blik strak op de horizon. De golven sloegen steeds wilder tegen het schip. Af en toe vroegen we elkaar hoe laat het was. De tijd kroop langzaam naar de middag. En net toen de wind flink aantrok, bereikten wij het laatste stuk van onze tocht, het laatste en het langste. De wind joeg de boot naar de boeilijn. De golven sloegen met enige regelmaat in de kuip. Mijn hart bonkte in mijn keel en ik begon de moed te verliezen. De groenige kleur rond de neus van E. sprak boekdelen, en ook A. zat niet meer zo ontspannen op het bankje.
‘Ik begin bang te worden’ zei ik nerveus.
‘Waarom?’ wilde Ak weten.
‘Ik ben gewoon bang dat we omslaan. Of dat er heel veel water in de boot komt. Of dat we vast komen te zitten. Of… oh, ik weet het gewoon niet, maar IK BEN BANG!!’
Overal waar ik keek zag ik gevaar. Wat als een van ons overboord zou slaan? Na ons gehannes in de ochtend was er bij mij geen sprankje hoop dat een van beiden de man-over-boord manoeuvre zou kunnen uitvoeren, waarbij je een paar keer overstag moet gaan en allerlei dingen moet toegooien aan de drenkeling. En dat verhaal van de instructeur over zijn vriend die bewusteloos geslagen was door de giek en met zijn kop naar beneden overboord was gevallen speelde ook nog ergens op de achtergrond. De man werd overigens gered door zijn vrouw, die hem achterna sprong en de boot verder de boot heeft gelaten.
‘Wil je op de motor verder?’
Ik knikte stilletjes. Ak legde de boot in de wind en samen streken we de zeilen. Meteen lag de boot stabieler op de golven. Heel in de verte zagen we de mast van de haven waar wij op af moesten koersen.
Het leek vele uren later toen we de haven binnenvoeren.
E. kroop voorzichtig uit de kajuit.
‘Het was leuk, spannend en klote’ zei hij.
Ik had het niet beter kunnen zeggen.

Een waar avontuur!! En t klinkt best indrukwekkend hoor; al die zeiltermen.
Vind wel dat E. er een beetje bekaaid af komt….. ;)
En leuke foto!
En hoe was de rest van de week? Lekker genoten? En de kids?!
Heel lekker genoten! Super weer (dus veel in de zon gezeten met een roseetje en een boek), veel gezeild en heerlijk gegeten. En de kinderen hebben het ook geweldig gehad bij mijn ouders. We waren wel heel blij toen we ze weer op konden halen. Heel raar moment, de eerste tien minuten zit je naar ze te kijken alsof ze enorm veranderd zijn. Misschien zie je ze dan zoals andere mensen ze ook zien… Al met al voelen we ons meer compleet als ze er gewoon zijn, maar is het ook wel super om even een weekje niet te hoeven zorgen.
Klinkt superleuk, jullie weekje zeilen! Wat een gaaf idee. En wat zie je er sporty, hip en profi uit op die foto.