(c) ComunicaTI © 2010 dorieke. All rights reserved.

Mijn benen zijn ineens stroperig

Het is kwart over elf ‘s ochtends. Zusje A. en ik zitten met Lauren en Mathis achter het raam van Belgisch Café Boudewijn. De regendruppels maken cirkels in de plassen. Sip staren wij naar buiten, de handen om een kop cappuccino. Onze natte jassen hangen over de ruggen van de stoel, onze natte haren drogen plakkerig op tegen ons achterhoofd. Lauren hangt verveelt onderuit in een van de stoelen, haar derde lollie wegknapperend tussen haar scherpe tandjes. De lucht is dreigend grijs. Honderd meter verderop staan Ak en Ed, kleumend onder een paraplu. Zij bewaken de spulletjes die wij vanmorgen meenamen naar de rommelmarkt.
In de verte horen we trommels. Lauren gaat rechtop zitten.
‘Is dat het?’ vraagt ze opgewonden. ‘Komt het feest er aan?’
Maar wij kijken somber naar de donkere wolken en schudden ons hoofd. Het feest kan voorlopig nog niet beginnen.

Het is kwart over twee ‘s middags. De klandizie bij ons geïmproviseerde kraampje neemt zienderogen toe. Ik kan het bijna niet bijhouden. ‘Studieboeken? Allemaal twee euro. Romans? Een euro vijftig. Dat grappige groene asbakje? Vijftig cent. Dat plastic aapje? Twintig cent. Die dubbele wagen? Is niet te koop.’ Zoals elk jaar gaan de meest onverwachte items het snelst. We verkopen een kleverig kettinkje, een rieten mandje, een boel studieboeken, een paar spellen, een met verf bespat speelgoedpaard, een asbakje in de vorm van twee groene Afrikaanse poppetjes, een waterpistooltje en heel veel andere prulletjes.
Mathis ligt met een krentenbol in de kinderwagen. Lauren is… waar is Lauren?
‘Waar is Lauren Ak?’ roep ik. Hij kijkt rond.
‘Ik denk hiernaast!’
Gaat kijken. Niet hiernaast. Ik schiet direct in de stress.
‘Waar is Lauren?’ roep ik naar Ed en A. Niemand weet het. Ik wil gaan zoeken, maar mijn benen zijn ineens stroperig. Ik denk ‘Wat nu als we haar nooit meer zien’ en daarna ‘Wat een onzin om te denken dat we haar nooit meer zien’ en daarna ‘Wat nu als we haar nooit meer zien’.

Ak schiet helemaal niet in de stress. Hij gaat rustig zoeken, en ook anderen verspreiden zich aan de overkant en weerzijden van de straat om uit te kijken naar een verdwaald peutertje. Intussen staat een man tergend langzaam boeken uit te zoeken bij onze kraam. Ik weet niet of ik de boel de boel kan laten en kan rennen, maar dan weet ik het ook weer wel, want ik zak langzaam door de grond als we Lauren niet snel vinden en daarom ren ik óók de straat op. Meteen wordt ik door opluchting overspoeld. Een paar kramen verder zie ik Ak en Lauren, een blonde en een donkere krullenbol, in innige omhelzing.

Met de terugkeer van Lauren wordt ook mijn verkopersinstinct weer aangewakkerd. ‘Twaalf euro’ vertel ik de man die eindelijk een stapel boeken heeft uitgezocht. De klinkende munten verdwijnen in ons speciale rommelmarktportomenneetje. En twaalf klinkende zoenen klapperen even later over de appelwangen van Lau.

3 Comments

  1. Marlinde

    Wát heb je met mijn aan jou gegeven verzoeningsgeschenk, het groene asbakje in de vorm van twee Afrikaanse poppetjes gedaan??? :)

  2. dorieke

    Dat is precies het asbakje wat ik bedoelde inderdaad, en we hebben er een stel heel gelukkig mee kunnen maken. ‘Leuk dingetje’, zeiden ze, en ‘voor dat geld kun je hem niet laten liggen’ :-D

  3. Alice

    Marlinde, je meent niet serieus dat die asbak van jou afkomstig was! Ik vond het hilarisch dat er überhaupt iemand interesse toonde in dat enge ding. Maar ok, ik had ook niet verwacht dat iemand compleet euforisch zou zijn met een opblaas-alien. Je maakt wat mee op Koninginnedag!
    Hebben jullie nog Koninginnedag gevierd in Indonesië?

One Trackback

  1. By » Blog Archive » Traditie 1 May ’10 at 12:27

Leave a Reply

Your email address will not be published.
Required fields are marked:*

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>