Een lesje uit een biologieboek

Ik zit op mijn knieën in de tuin. Voorovergebogen, met een harkje in mijn hand. Mijn vingers zijn ruw van het schrapen over de stenen. Hoe dichter ik bij de grond zit, hoe meer onkruid ik zie. En ik hoef mijn blik maar even op te heffen om alle energie uit me weg te voelen zuigen: het is nog zoveel, en ik ben nog maar zo’n klein stukje onderweg.

Een eindje verder zwoegt Ak. Hij maakt een terrasje om later een tuinhuis op te zetten. Hij graaft en hij sjouwt, en hij kreunt en hij moppert. Net als ik. Maar soms kijken we elkaar, tegen wil en dank, aan met een grijns. Zie ons nou zitten, twee stadsguppies, met onze vingers in de aarde van onze eigen tuin. De droom om kippen te gaan houden is nog niet vergeten. Ik zie in mijn verbeelding een schattig tuinhuis, met links een schommel en rechts een kippenhok, en een paar prachtige dikke hennen die parmantig rondstappen op het van onkruid vrijgemaakte pad.

PATS, daar knapt het visioen als een zeepbel uit elkaar. Met één haal van mijn hark leg ik namelijk een compleet ecosysteem aan enge tuindieren bloot. Waar zojuist nog dor gras lag zie ik nu een gangensysteem, holletjes en veel, heel veel naakte diertjes. Een knalgroene rups, een donkergrijze, een menigte pieren, pissebedden, snelle achtvoetige beestjes die dwaas rondjes rennen. Van schrik schuif ik een meter naar achteren.

Net op dit moment besluit Lauren, die tot dan toe ergens een gat groef met een plastic graafje, over mijn schouder te gaan hangen.
‘Wat is dat, mama?’ zegt zij, wijzend op de groene rups.
‘Dat is een rups’ vertel ik.
‘Mag ik even vasthouden?’
Ik ril een beetje. ‘Mama houdt er niet zo van’
Ak grijpt in. ‘Niet je eigen angsten op je kind overbrengen!’ zegt hij streng. ‘Het is juist heel goed voor een stadskind om een plek te hebben waar het op een natuurlijke manier levende dieren kan bekijken.’ Het klinkt als een lesje uit een biologieboek. ‘In hun eigen habitat’ vul ik aan. ‘Maar vooruit, leg jij dan maar uit wat we hier allemaal zien.’

Ak hurkt op zijn knieën naast Lauren en tilt met zijn schep steeds een ander diertje omhoog.
‘En dit is een pier’ wijst hij, na dertien mislukte pogingen om het kronkelende diertje vast te pakken. ‘Zie je dat? Aan zijn staartje zit zand. Dat zit zo: het piertje eet een heleboel zand op, en dat komt er aan de achterkant weer uit.’ Lauren kijkt heel belangstellend. Het moedigt Ak aan tot de volgende zet. ‘Wil je hem eens vasthouden?’
Lauren knikt voorzichtig, maar zodra Ak de pier op haar handje wil leggen gaat er een angstige rilling door haar lijf. ‘Nee, doe maar niet, doe maar niet papa!’ piept ze bang.
Ak laat de pier weer in de aarde vallen. Samen kijken we hem na, terwijl hij zich een weg door het zand begint te happen, naar beneden, de natte grond in.

‘Weg, weg jij piertje!’ roept Lauren. ‘Ga jij maar terug naar Moffel!’
En met die woorden neemt zij definitief afscheid van haar helden.

  2 comments for “Een lesje uit een biologieboek

  1. Els
    16 apr ’10 at 8:02

    OW iew! Wel heel goed maar totally gross. Gelukkig hebben wij tegels ;)
    Maar bij het kdv van Lotte zijn ze ook van plan om voor de stadkids dtuindiertjes te kweken….laats was ik met haar bij de kinderboederij (ik weet t Linda maar t is praktisch in onze straat dus ik moest wel…) en realiseerde me dat t de eerste keer was dat ze een konijn zag……

  2. Linda
    17 apr ’10 at 13:10

    @ELS haha… maar ik ben ook al een keer geweest hoor!!! Ik snap alleen niet dat je er niet lekker een roseetje oid kan bestellen, zodat je met een krantje/tijdschriftje en iets lekkers, je kind in de gaten kan houden die haar broodnodige biologie-achtige kennis binnenhaalt ;)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.