Er stapt vlak voor mij een vrouw in de bus. Zij probeert de buschauffeur iets duidelijk te maken over haar kaartje. Het duurt allemaal een tijdje: zowel zijn als haar Engels zit in de categorie steenkolen. Ik let er niet op, want ik sta te bedenken hoe ik met die brede kinderwagen de bus in ga komen. En of er nog wel een plekje zal zijn op het speciaal voor kinderwagens gereserveerde balkonnetje.
Als ik daar even later de kinderwagen tussen de voeten van twee medepassagiers prop zie ik de vrouw weer. Zij vraagt iemand wat de buschauffeur nu eigenlijk bedoelde. Er ontvouwt zich een gesprekje over waar zij vandaan komt, waar ze naartoe gaat.
‘Brazil’ zegt ze.
Oh, Brazilië, knikt haar gesprekspartner. ‘So you speak Italian?’
Nee joh, wil ik zeggen. Portugees natuurlijk!
‘No, Portuguese. And a liiiitle English.’ Ze geeft met duim en wijsvinger aan hoe ietsiepietsie dat Engels is.
Zoals altijd wanneer ik iemand tegenkom die Portugees spreekt bedenk ik in mijn hoofd wat ik tegen haar zou kunnen zeggen. Iets over dat ik ook een beetje Portugees spreek (maar waarom zou die ander daarin geïnteresseerd zijn), of wat ze vindt van Nederland, of misschien zou ik iets kunnen uitleggen over de buschauffeur, als ik tenminste beter had opgelet en niet met mijn ogen de afstand tussen de twee deuren aan het meten was.
En zoals altijd wanneer ik iemand tegenkom die Portugees spreekt en een gesprekje repeteer in mijn hoofd ontdek ik dat ik wéér minder woorden weet, weer dieper moet graven voor vervoegingen. Daar word ik een beetje droevig van. Wat is er geworden van die ijverige studente in Coimbra, die nota bene het hoogste cijfer van de klas haalde voor het mondeling examen Portugees? Ik zie mezelf nog zitten tegenover mijn twee docenten spreekvaardigheid, op een snikhete dag aan het einde van het seizoen, vrolijk communicerend. Ja ik kon zelfs grapjes maken in het Portugees.
‘Ah’ zegt de gespreksgenoot. ‘So you speak Portuguese.’
‘Yes, Portuguese’ antwoordt de vrouw – de gespreksstof is een beetje uitgeput.
‘Eu tambem’ zegt een stemmetje in mijn hoofd. En in gedachten meet ik de breedte van mijn kennis.
‘Um boucadiiiiinho’.
euw faalo um poco (de) portuguez???
Geen idee hoe je het schrijft, maar dit kwam in mij op haha. Heb met nederlanders in een huis gewoon die uit een kolonie van brazilie kwamen, en we kregen standaard zinnetjes ingestampt als er iemand uit brazilie belde.
Grappig, ik denk er ook wel eens aan. Zou het volgensmij nooit durven uitspreken als ik het van iemand wist ;-) Maar goed, ik versta het dan ook niet.
Eu falo um pouco de Português!
…hahaha net alsof ik het kan!…
Lang leve google!
Ten eerste: Door volgens mij had je dat hoge cijfer te danken aan je korte rokje.
Ten tweede; ik doe altijd precies hetzelfde met spaanssprekenden. Ik hoop ook meestal stiekem dat ze zich onverstaanbaar wanen en dan op luide toon een interessant gesprek gaan zitten voeren wat alleen ik dan denk te kunnen verstaan.
Inderdaad; nog nooit gebeurd.
Heb wel eens spaanse meiden aangesproken die op interrail waren en leuke dingen bespraken om te doen; heb ze toen de 4daagse feesten getipt. Maar dat was natuurlijk gewoon mijn plicht…
Het leek mij nou zo leuk om gewoon ineens alle talen te kunnen verstaan en te spreken…. zo stiekem. Dat wanneer er een paar mensen heel luidruchtig een gesprek gaan zitten voeren samen (en dat doen sommigen!) dat ik ze gewoon kan volgen en dan heel zoetjes in hun eigen taal een opmerking plaats……. ik zou die gezichten dan wel eens willen zien :-D
Door, toen we twee jaar geleden in Frankrijk op vakantie waren was je Frans (of dat wat voor Frans moest doorgaan, maar ik weet dat ik er negatief over mag doen want mijn Frans bestaat uit ‘Do you speak english?’) nog doorspekt met Portugese woordjes, dus ik denk dat je het beter kan dan je zelf denkt!!
Als ik iemand Italiaans hoor spreken voel ik me bijna verplicht om me in het gesprek te mengen, al zit ik aan de andere kant van de coupe. Alsof ik een huisarts ben die zijn identiteit niet bekend maakt als er iemand met een hartaanval op de grond neerstort. Maar ik doe het bijna nooit. Soms inderdaad omdat ik bezig ben met nadenken over wat ik ga zeggen tot het moment dat het niet meer kan. Andere keren omdat ik niet geloof dat een stel wazigkijkende Italio’s in iets anders geinteresseerd is dan in onze Amsterdamse ‘koffiehuissies’…
Maar Rian, jij kunt nog perfect Italiaans dus jij zou gewoon een hele goede beurt maken als jij je in een gesprek mengt!!
Nou, bedankt voor het compliment, maar daar had ik het niet over, ik had het over het nadenken over het juiste gespreksonderwerp! Ik ben lang niet zo sociaal, snel en heb lang niet zo’n spreek-me-aan-hoofd als sommige mensen onder ons…
Hahaha, ik ken het gevoel… Ik doe dit als ik in Oostenrijk op vakantie ben; net doen alsof ik een hele domme Nederlander ben (die niet in Oostenrijk heeft gewoond) en dan alle gesprekken in dialect afluisteren… Helaas gaan die meestal over hele suffe, alledaagse, niet spannende dingen… Dus uiteindelijk: wat heb je er aan… Helemaal niks… ;-)
Vorige week hoorde ik een paar studentes op de campus Bosnisch praten, honderd meter verder vond ik het toch al te slap om niets te zeggen. Dus rechtsomkeert, de meiden aangesproken en ze hadden wel zin om een keer een bakkie koffie te doen en mij te helpen mijn wegzakkende Bosnisch te redden. Verder konden ze me precies vertellen waar je in Nederland de beste cevapi kunt eten. Blijkt dat uitgerekend in Rotterdam te zijn… … dus Dorieke, ik kom binnenkort ff buurten!
telt het spreken van Twenst en een paar woorden Gronings en Drenths ook mee?
Twents dus :-(