Duinen

We trekken als een stoet over het strand: Axel voorop, hij trekt de bolderkar. Daarachter Lauren, zij zit in de bolderkar. Daarachter ik, ik draag de tassen. Het is droog, met grijze, laaghangende wolken.

‘Ik ken een gedicht over de duinen’ deel ik mee vanuit de achterhoede.
‘Laat maar horen!’ roept Ak over zijn schouder.
‘Het is wel zielig hoor!’ waarschuw ik, en dan steek ik van wal:

De oorlog is al jarenlang voorbij.
Men zegt het, maar het is niet waar.
Ik zie ze nog, gebonden aan elkaar
gaan naar hun graf, de duinenrij
ligt in de zon, de wind streelt door hun haar.

Voorover liggen, het is niet voorbij
wachten, met het gezicht tegen de grond
roepen tot God met een gesloten mond
Mijn God mijn God, ontferm U over mij.

Nog klopt hun bloed tegen het witte zand.
Nog zoekt hun hart de verre overkant.
Ik hoor de schoten. Het is niet voorbij.

‘Van wie is het en waarom ken je hem uit je hoofd?’ wil Axel weten. ‘Het is van Jaap Zijlstra’ antwoord ik. ‘Ik heb een keer een werkstuk over hem gemaakt op de middelbare school, bij Nederlands. Ik vond dit zo’n mooi gedicht dat ik het gelijk onthouden heb. Maar het is ook zo zielig.’

We sjokken even stil verder, denkend aan de dode jongens en aan dat andere gedicht over deze 18, dat zo bekend is: Wij waren achttien in getal. Geen zal de avond zien.
‘Niet alleen maar zielig’ zegt Axel dan. ‘Hoezo?’ wil ik weten. ‘Er staat toch: ‘ik hoor de schoten. Het is niet voorbij’. Ja oké, ze gaan dood, maar dat is niet het einde, het is niet voorbij.’

We trekken de bolderkar door het mulle zand. In de verte vaart een boot langs de kust. Lauren hangt ondersteboven uit de kar. Achter ons breekt het wolkendek open.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>