Piece of cake

“Wilt u er een puntje walnoten-appel-banaan-rozijnen-gebak bij?” De serveerster die vriendelijk onze bestelling opneemt kijkt ons vragend aan. Vriendin M. en ik wisselen een blik. “Ehhh…wat?”
“Een puntje walnoten-appel-banaan-rozijnen-gebak?”
“Ehhh…oké….doe maar!”
In afwachting van de komst van dit interessante taartje hijsen we de kinderen in de kinderzitjes. De een in de kinderstoel en de ander in een zitverhoger met tuigje, waar een ober aan te pas moet komen om het op zijn plek te krijgen. We duwen de kinderwagens in een verre uithoek, verzamelen tuitbekers en koekjes en ploffen neer op de houten stoelen. De regen druipt nog van de wagenwielen.
“Vroeger…” begin ik. “Nou ja..vroeger..”
“Een jaar geleden” begrijpt vriendin M.
Ik schiet in de lach. “Inderdaad! Vroeger dacht ik dat je alleen maar suffe dingen kon doen als als je een kind zou hebben. Maar dit is toch best leuk!” Dat laatste komt er met enige aarzeling uit, want ik haal in herinnering hoe we zojuist in de regen naar de kinderboerderij renden, in de stal moesten schuilen totdat de bui voorbij was en hoe mijn witte broek van achter zwart bespikkeld raakte door de modder.
“Als ik vroeger twee vrouwen zo zag zitten in een café” vult vriendin M. aan “dan dacht ik: vind jij nou dat je gelukkig bent?”.

Het gebak arriveert. Het zijn zulke ongelooflijk grote punten dat ik verbaasd en een beetje geschrokken naar de serveerster kijk. “Hé” zegt ze. “Ik zei niet dat het kleine puntjes waren!”. We beginnen dapper, maar moeten het allebei halverwege opgeven. Zelfs de kindertjes, die normaalgesproken niet kunnen wachten tot je de mondjes volstopt, hoeven niet. Een deel van het gebak ligt daardoor wel op de grond, samen met stukken koek en snottebellen. Aan de rechterkant van de tafel vindt een voortdurende tuitbeker-ruil plaats, terwijl wij aan de linkerkant van de tafel boven het schuim van onze cappuccino het leven doornemen: werk, zieke ouders, collega’s, een nieuw seizoen, zwangerschap, familie.

Als de ergste regen voorbij is en het slagveld rond de kinderstoelen op een hoogtepunt verzamelen we weer jassen, tassen, kinderwagens en kindjes. Dezelfde behulpzame ober steek een hand toe bij het naar buiten rijden over de traptreden. We moeten alweer haasten om voor de volgende plensbui binnen te zijn. De kwebbel van Lauren staat intussen niet stil en uit de andere kinderwagen klinkt vrolijk een liedje.

En zijn wij nou gelukkig? Ik vind van wel!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.